Hannover in de tijd van Hermann Christian Dreijer
Hannover is de hoofdstad van de Duitse deelstaat Nedersaksen. De stad ligt aan de Leine en heeft een half miljoen inwoners.

Geschiedenis

Hannover ontstond in de Middeleeuwen uit het aan de oever van de Leine gelegen dorp Honovere. Reeds in het jaar 1000 was hier een marktplaats. Hannover kreeg in 1241 stadsrechten. De stad beleefde een eerste bloeitijd in de 14e eeuw en werd in 1636 de residentie van hertog George van Calenberg.
Dit bracht de stad gedurende tachtig jaar tot verdere bloei. Uit deze periode stammen het stadskasteel, de zomerresidentie Herrenhausen, en de Opera.

Toen keurvorst George Lodewijk in 1714 de Britse troon besteeg als George I, verloor de adel in Hannover aan invloed. In 1886 dwong Pruisen het koninkrijk Hannover tot overgave. De stad werd toen hoofdstad van een Pruisische provincie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Hannover grotendeels verwoest. Ter herinnering werd de ruïne van de Aegidienkerk niet meer opgebouwd. Na de oorlog werd Hannover bekend als bevorderaar van moderne kunst en architectuur.

Hannover is een historisch land in het hedendaagse Duitsland. Het was sinds 1692 een keurvorstendom en van 1815 tot 1866 een koninkrijk. Van 1866 tot 1946 was het een provincie van Pruisen. Het land was genoemd naar zijn hoofdstad Hannover.

In 1636 werd de hoofdstad van de Calenbergse linie van het hertogdom Brunswijk-Lüneburg verplaatst naar de stad Hannover. In 1692 kreeg hertog Ernst August de titel van keurvorst en werd dus bekend als "keurvorst van Hannover".

Toen koningin Anne van Engeland in 1714 stierf kwam de kroon van Groot-Brittannië en Ierland toe aan keurvorstin Sophia van Hannover, een nicht van de Engelse koning Jacobus II. Aangezien Sophia enkele weken daarvoor was overleden ging de troon over op haar zoon George I, die dus naast keurvorst van Hannover ook koning van Groot-Brittannië en Ierland was.

Hannover werd in 1705 uitgebreid met gebieden van de Celle-linie van het huis Brunswijk-Lüneburg en in 1719 met het voormalig Zweedse Bremen en Verden. In 1803 werd het land bezet door de Fransen maar in 1813 werd het weer zelfstandig. Het Congres van Wenen maakte Hannover in 1814 tot koninkrijk om keurvorst George III een gelijkwaardige positie te geven tegenover Frederik I van Württemberg, die al in 1806 de koningstitel had gekregen. Hannover werd door het Congres wederom uitgebreid met Oost-Friesland, Meppen, Lingen, Goslar en Hildesheim maar moest Lauenburg afstaan aan Pruisen.

In 1819 werd een grondwet afgekondigd die in 1830 verder werd geliberaliseerd. De personele unie met Groot-Brittannië eindigde in 1837 met de dood van koning Willem IV. Hij werd in Groot-Brittannië opgevolgd door zijn nicht koningin Victoria. Door de in Hannover van kracht zijnde Salische wet mocht daar echter geen vrouw op de troon komen. Willems broer Ernst August, hertog van Cumberland, werd de nieuwe koning van Hannover. Hij stelde de grondwet van 1819 weer in en de rest van het bestaan van het koninkrijk werd gedomineerd door constitutionele strijd.

Hannover werd in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 geannexeerd door Pruisen. Het bleef een Pruisische provincie tot het in 1946 opging in het bondsland Nedersaksen.

 

Keurvorsten van Hannover
Koningen van Hannover
Musea
  • Blindenmuseum Hannover
  • Niedersächsisches Landesmuseum
  • Sprengel Museum
  • Wilhelm-Busch-Museum
  • Kestner Museum
Beroemde Hannoveranen
Stedenbanden
Externe link